Marrakech leerlooierij met kinderen

Marokko met kinderen reisverhaal

Marokko met kinderen reisverhaal

(volg onze facebookpagina!)

Familie Van der Mark in Marokko, 2007

Op 28 april 2007 vertrokken wij voor een negen daagse rondreis door Marokko. We vertrokken vanaf Brussel en vlogen met Royal Air Maroc. Via Casablanca vlogen we naar Fes. Daar hadden we een prachtig hotel: houten balustrades, en een prachtige met mozaïek betegelde binnenplaats, compleet met fontein. Het was al donker en erg laat, dus Rudy, onze gids, raadde aan naar bed te gaan, want hij had voor de volgende ochtend een gids uit Fes geregeld, omdat Fes zeer moeilijk bewandelbaar is; driekwart van de steegjes (en dat zijn er nogal wat) loopt dood. Mede groepsgenoten knikten enthousiast. Het was onze eerste groepsreis, dus ik zei nog tegen de kinderen: “Dat doen wij niet, wij gaan zelf.” Achteraf ben ik blij dat we meteen vielen voor de man die in djellaba naar ons toe kwam lopen en zei dat hij het leuk vond met kinderen op pad te gaan. Er was nog een gezin, met vier zoons in dezelfde leeftijden als Reinier, Olivier en Rogier, dus dat was leuk. We hebben verder de hele reis met ze opgetrokken.

Inderdaad heb je in Fes een gids nodig. Wat heeft die man ons veel laten zien. Dat was weer het voordeel dat we maar met twee gezinnen waren, want de rest van de groep heeft veel op terrasjes gezeten en lang niet zoveel gezien, hoorden wij later. Indrukwekkend is de toegangspoort tot de oude stad, de Bab Boujeloud. De buitenkant is blauw, de kleur van de stad Fes. De binnenkant groen, de kleur van de islam. Eenmaal door de poort waan je je in de middeleeuwen. De steegjes en straatjes zijn ontzettend smal en bestaan veelal uit winkeltjes. Groente, vlees, kleding, theepotten; van alles. We moesten op zij voor een ezel, die zo beladen was met kratten cola, dat  je de hele stad er volgens mij een flesje van kon geven. Het werd meteen duidelijk dat alles in de oude stad per ezel vervoerd wordt, omdat een auto er niet kan rijden. De straatjes zijn soms niet breder dan een meter. “Balak!!”, hoor je steeds en dan moet je echt opzij springen, om te voor komen dat je onder een ezel komt.

We wandelden door de soek, die een lust voor het oog was. Je zag ook heel veel Marokkaanse handwerklieden. Binnen een uur liep ik al met een grote zilveren beslagen Hamam-pot. Op een gegeven moment liepen we een winkeltje binnen.

Een supersmalle ingang, die ons nooit opgevallen zou zijn. Het was een tapijtwinkel die door een Berberfamilie gerund werd. Na bijna gezwicht te zijn voor een tapijt, liepen we naar een trap. Daar kregen we allemaal een takje munt. Eenmaal boven, stonden we op een balkonnetje en onder ons lag de werkplaats van de leerlooierij. Ik voelde me als Michael Palin, die in een van zijn reisfilms ook ineens op dit balkon staat en zeer verrast was door wat hij zag. Mannen stonden in ronde betonnen bakken tot boven hun knieën in verfbaden, meestal in aardetinten. Gele huiden werden op het dak gedroogd, omdat die bewerkt zijn met saffraan, wat zeer kostbaar is.

Er zijn ook bakken gevuld met duivenpoep; hierin wordt het leer gestampt met de voeten zodat het soepel wordt. Vandaar dat takje munt, dat we tegen de geur hiervan onder onze neus konden houden. Maar dat was eigenlijk helemaal niet nodig. Een El Dorado van tassen natuurlijk in de aanpandige winkel, maar te veel voor mij om een keuze te kunnen maken.

De volgende dag vertrokken we vroeg richting Atlasgebergte. De landelijke omgeving veranderde langzaam in een bergachtig landschap. We lunchten in een heel klein dorpje in de bergen in het zonnetje. Heerlijke Marokkaanse broodjes met koffie. Na een kwartier rijden vroeg Rudy de bus de stoppen. In de berm zaten Berberapen! Hij had net verteld dat hij ze nog niet zo vaak gezien heeft, dus dit was echt geluk. We stapten uit om wat foto´s te maken. Er was een moederaap bij met een heel klein baby-aapje, waarvan het leek of het nog aan het opdrogen was. We maakten nog een stop toen we al een flink stuk de bergen in waren. Je zag de besneeuwde toppen van de hoogste bergen. Prachtig!

Even later reden we langs een plaatselijke markt waar we even overheen liepen. Bergen fruit en groenten en geen toeristen. Zalig.

Overal waar we stopten werd Rudy meteen door de mensen verwelkomd! Het leek of iedereen “op de route” hem kende. Een half uur voor deze stop had hij gevraagd: “Wie wil er meeëten?”. Iedereen dus, waarop Rudy met zijn mobiel een telefoontje deed. We stopten in een bergdorpje op een weg zo steil, dat ik niet snapte dat de bus bleef staan. Na de verwelkoming van Rudy werden we naar binnen geleid. We kwamen in een klein traditioneel restaurant, met betegelde muren. De tafel was gedekt en we genoten van de heerlijke maaltijd, waarbij iedereen gezellig van de schalen opschepte.

Het landschap van het Atlasgebergte bestaat voor een groot gedeelte uit woestijnachtig landschap. Onbegroeide bergen met hier en daar oases. We reden een tijd lang langs een brede palmenstrook, die kon bestaan dankzij een rivier die langs de berg liep. Eigenlijk was het soms niet meer dan een stroompje. We stopten in Ouazerzate om water te kopen en wat te drinken. Dit dorpje grenst aan de woestijn. De week voordat wij kwamen had het uitzonderlijk hard geregend. Dit komt eens in de dertig á veertig jaar voor. Het was nog even spannend of we de weg naar de woestijn konden gebruiken, omdat er grote delen onder water stonden of zelfs weg waren geslagen. De bus bleef achter in Ouazerzate en jeeps stonden klaar voor een rit door het zand. De weg naar de woestijn stond inderdaad gedeeltelijk onder water, maar door heel langzaam te rijden konden we aan de overkant komen. Opmerkelijk  was dat achter een heuvel ineens het woestijnlandschap zich uitstrekte. In het begin was het vooral veel grind op een zanderige bodem, maar na een uurtje rijden zagen we het eerste “echte” rode Sahara-zand. Ook weer een bijzonder moment. Op een gegeven moment stopte de jeep voor een lemen Kasbah. Dit bleek het hotel te zijn, midden in de woestijn.

De hal van het hotel was prachtig ingericht; met Marokaanse meubels, kleden en lampen. Onze kamer lag op een prachtig beplante binnenplaats. De kamer was ook om je vingers bij af te likken: een bed met ijzeren krullen, een mozaïekwastafel en Marokaanse kussens en kleden. Er was een grote “huiskamer”, waar allemaal hoekjes waren om te zitten, of om te lezen of een kussen voor het raam, met uitzicht op de zandduinen. Daar aten we ’s avonds aan een grote gedekte tafel, met allemaal kaarsen aan. Super!Bij het paleis zitten en vliegen ontzettend veel ooievaars, wat een prachtig gezicht is.

Behalve het gezin met de vier jongens en wij ging iedereen de volgende dag op Jeepsafari. Wij deden dit niet omdat we die avond per kameel de woestijn in zouden trekken en in een nomadetent zouden overnachten We besloten met zijn vieren een stukje te gaan wandelen. Voorzien van flessen water trokken we er op uit. Steeds achterom kijkend of we het hotel nog zagen. Het was prachtig roodoranje zand, waar je ook keek. We zagen een totaal verdroogde (nomade?)schoen liggen en boven op de heuvels bevonden zich hele oude waterputten, die nu droog stonden en meters diep waren. Soms kon je echt zien dat de Sahara vroeger zee was, want op de plaatsen waar de bodem vlak was, lag het vol fossielen. Ook vonden we mooie gepolijste vettige “Saharastenen”. We vulden allemaal ons waterflesje met Saharazand en gingen snel terug, want het was bloedheet.

Bij het hotel aangekomen zat Baukje voor de ingang met een kopje thee. Ik sloot me bij haar aan en de zeven jongens gingen  een James Bondfilm maken, waar we af en toe nog naar kijken op youtube. Leuk om te zien, dat stel in de woestijn met hotelhanddoeken om hun hoofden en filmscenes op het dak van het hotel, dat tevens terras was. Om een uur of vier die middag werden voor het hotel de kamelen beladen met zadels, eten en tenslotte met ons. In een lange rij reden we over de zandduinen, met als het enig geluid, het geplof van de voeten van de kamelen in het zand. Iedereen was stil en onder de indruk van de wijdsheid van de woestijn. Na een uurtje rijden zagen we in de verte een tent staan. Toen we dichterbij kwamen zagen we dat hij geheel uit dekens en kleden bestond. Voor de tent lagen tapijten op de grond met kussens erop.

Nadat we onze tassen in het slaapgedeelte van de tent hadden gelegd ging iedereen de heuvel beklimmen om van de zonsondergang te genieten. Loodzwaar, want je zakt bij elke stap zowat tot je knieën in het zand. Reinier, Olivier en Rogier gleden op hun buik naar beneden en kwamen dan weer naar boven om nog een keer op die manier naar benden te gaan. Met z’n allen, we waren met tien mensen uit de groep, zaten we op de rand van het duin en genoten van de zonsondergang, die natuurlijk prachtig was. Op een gegeven moment kwam Rogier, die intussen nog een keer naar beneden was gegleden, naar boven om ons te zeggen dat de thee klaar was. Als kinderen renden de volwassenen ook naar beneden, wat aanvoelde alsof je op de maan loopt (denk ik), omdat je snelheid hebt, maar toch bij elke stap diep wegzakt in het zand. We dronken thee op het tapijt en de woestijnmensen maakten muziek. Rogier, die door hen Small Mohammed werd genoemd, hielp met de thee en mocht ook een stukje trommelen. Tijdens het zingen wees een nomade naar boven en zagen we vallende sterren. Kan het romantischer?

De maaltijd was in de tent: kleine houten tafels met heerlijke gerechten erop, afgesneden waterflessen gevuld met woestijnzand met daar in brandende kaarsen. Wij zaten met z’n allen op de grond. Een hele ervaring. We poetsten buiten onze tanden en toen waaide het al licht. Die nacht werd dat een flinke zandstorm en heb ik nog een pan op een hoek van de muur (deken) gezet tegen inwaaiend zand. De volgende ochtend was het ijskoud buiten en stonden de kamelen al weer voor de deur. We genoten nog van de mooie terugtocht naar het hotel. Daar namen we een douche en ontbeten, en daarna was het tijd om verder te gaan.

We verlieten de woestijn en reden langs mooie dorpjes richting de Todhra-kloof. We maakten een stop in een vallei waar rozen worden gekweekt op speciale rozenboerderijen. De rozen worden geplukt en later tot rozenwater en rozenolie verwerkt. De gedroogde bloemblaadjes worden naar kruidenhandelaren in het hele land vervoerd. Met rozenwater verfrissen Marokkanen hun gasten en verfijnt men ook de smaak van gebak. De Berberstammen hebben ieder jaar in mei een rozenfeest.

Rijden door het atlasgebergte is geen straf. Je hebt prachtige vergezichten en zit soms op een hoogte van 2000 meter. De Todhrakloof is bekend door zijn 300 meter hoge loodrechte rotswanden. Op het smalste gedeelte liggen deze wanden maar tien meter uit elkaar! Vanaf de kloof kun je een prachtige wandeling maken door oase-achtig  landschap. Er loopt een beekje waarlangs bijzondere palmbomen met hele smalle puntige bladen staan. Langs de beek loop je ook op paadjes die aan akkers van boeren liggen, die deze beek voor bewatering gebruiken.

Hierna tuften we door naar het lemen vestingsdorp Ait Benhaddou. Hier zijn veel bekende films opgenomen. Toen we er aan kwamen bleek dat de normaal droogstaande geul helemaal vol water stond door de regenval van de week ervoor. Maar geen probleem: men had ezels ingezet en voor twintig cent had je een retourtje naar de overkant op de rug van een ezel. Als je door de steegjes loopt, halen bewoners je soms naar binnen, om even in de gang een foto te bewonderen. Ze hebben bijna allemaal een figurantenrol gehad in een van de films.

Vervolgens zetten we koers richtinmarrakech met kindereng Marrakech, de laatste stad die we zouden aandoen. Het was tegen de avond en we liepen allemaal met Rudyi mee, want die wist weer een lekker restaurant. Heel bijzonder was het Jeema el-Fna-plein. Je hebt er natuurlijk over gelezen, maar als je er dan toch staat is het heel anders. Er liepen waterverkopers, er stonden kraampjes en je hoort constant de fluiten van de slangenbezweerders. Een hele aparte sfeer. Rudy wilde ons eerst nog iets laten zien. We liepen in een groot cafe een trap op. Je moest wel eerst een drankje kopen voor je door mocht lopen, maar dan stond je ook boven het plein, met een fantastisch uitzicht. Er werden steeds meer karretjes het plein op gereden. Toen die uitklapten, kwam er van alles tevoorschijn: keuken, tafels en bankjes, palen met gloeilampen. In korte tijd zag je het plein veranderen in een groot restaurant. Overal kwam stoom naar boven van gasstellen die aangezet werden. Vooral toen de honderden snoeren met gloeilampen aangingen was het  erg sprookjesachtig.

De volgende ochtend bezochten we de Jardin Majorelle,  een botanische tuin, aangelegd in de jaren twintig. Je ziet er cactussen, bamboes, citroenbomen, waterlelies en palmen. Alles in prachtige gekleurde potten. In 1980 kocht de Franse modeontwerper Yves Saint-Laurent de tuin. Het is een oase van rust, waar prachtige vogels rondvliegen. We maakten een tocht in een kar met paard door de stad. Marrakech heeft vele soeks die een lust voor het oog zijn. Stoffen, kruiden, souvenirs, noem maar op. Hier kun je uren rondlopen door de steegjes, die bijna allemaal in een rood-oranje tint geschilderd zijn.

De laatste dag hebben we door de stad gelopen, inkopen gedaan en als afsluiter ’s avonds op het Jeema-el-Fna-plein gegeten en naar muziek geluisterd van de vele muzikanten die er waren. Het was een leuke afsluiting van een geweldige reis door Marokko!!

Marrakech met kinderen

Category: Marokko met kinderenMarokko met kinderen reisverhaalReisverhaal Marokko met kinderenReisverhalenReisverhalen met kinderen buiten Europa

Tags:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

error: (c) metdekinderenopreis.nl